Boekrecensie: ‘De mens is een plofkip’ van Teun van der Keuken

In ‘De mens is een plofkip’ stelt Teun van der Keuken op indringende wijze dat de moderne mens wordt vetgemest en gemanipuleerd door de voedselindustrie en de ‘obesogene’ samenleving waarin we leven. Met zijn scherpe pen en kritische blik weet Van der Keuken de lezer te confronteren met ongemakkelijke waarheden over de hedendaagse consumptiemaatschappij, de voedselindustrie en onze rol daarin.

Hij begint met een pakkende analogie: de plofkip, een dier dat in recordtijd wordt vetgemest om vervolgens op ons bord te belanden. Hij trekt deze lijn door naar de mens. De auteur legt uit hoe we, net als de plofkip, gedwongen worden om sneller te leven, meer te consumeren en slachtoffer zijn van een industrie die niet het beste met ons voor heeft, maar louter bestaat om geld te verdienen voor zijn aandeelhouders.

Zo schrijft hij dat we bewust worden gevormd door een industrie die precies weet hoe ze de juiste verhouding suiker, zout en vet moet toedienen om ons het zogenaamde ‘blisspoint’ te laten ervaren waardoor we de industriële producten onweerstaanbaar vinden. Aan de hand van marketing en technologie worden we ziek gemaakt met alle negatieve maatschappelijke gevolgen van dien.

Het boek is een mix van persoonlijke anekdotes, journalistieke onderzoeken en ‘filosofische’ overpeinzingen. Van der Keuken’s schrijfstijl is vlot en humoristisch, maar hij schuwt niet om kritische vragen te stellen en duidelijke kritiek te leveren. Hij daagt lezers uit om na te denken over hun eigen levensstijl en keuzes en biedt tegelijkertijd inzicht in de mechanismen die ons gedrag sturen.

De toegankelijkheid van ‘De mens is een plofkip’ is enerzijds een pluspunt omwille van de bereikbaarheid, anderzijds is het een zwakte. Hoewel Van der Keuken de vloek van het neoliberalisme, individualisering, eigen verantwoordelijkheid en ‘marktdenken’ benoemt, blijft de echte systeemkritiek achterwege. Wanneer deze begrippen naar voren komen is de boosdoener altijd het onderliggende kapitalistische en neokoloniale (voedsel)systeem. Wie weet is het niet aan de schrijver besteed om een antikapitalistische analyse los te laten. 

Toch blijft het knap om complexe onderwerpen op een begrijpelijke en boeiende manier te presenteren, zonder dat het te simplistisch wordt. Hij slaagt erin om de lezer bewust te maken van de invloeden die ons dagelijks leven vormen, en moedigt aan tot reflectie en verandering.

Hoewel sommige passages enigszins repetitief kunnen aanvoelen, blijft de kernboodschap krachtig en relevant. ‘De mens is een plofkip’ is een boek dat in het Angelsaksische taalgebied weinig nieuws brengt, maar in het Nederlands nog geschreven moest worden. Een aanrader voor iedereen die wil begrijpen hoe de voedselindustrie werkt en een begin wil maken met de bevrijding uit de greep van manipulatieve invloeden.