Een beknopte geschiedenis van de brouwnering in Groningen

De geschiedenis van bier brouwen in de stad Groningen kent een rijke traditie die teruggaat tot de middeleeuwen. In de 14e eeuw waren er al diverse brouwerijen actief in de stad, waarbij het brouwen van bier een belangrijk ambacht was. Groningen, als handelsstad met stapelrecht, profiteerde van de aanwezigheid van graan en water, essentiële ingrediënten voor de bierproductie.

Om het beroep van bierbrouwer uit te oefenen in Groningen moest men aangesloten zijn bij het bierbrouwersgilde en dit gilde behoorde tot de belangrijkste van de stad. Door gildebepalingen, die voorschreven dat alleen bier gedronken kon worden wat in Groningen gebrouwen was werd de ‘brouwnering’ beschermd tegen externe concurrentie en dit zorgde voor zekerheid bij de aangesloten leden. Hierdoor groeide het aantal leden van het gilde snel***.

Tijdens de zeventiende eeuw bloeide de bierindustrie in Groningen verder op, met talrijke brouwerijen die hun ambacht perfectioneerden. De lokale bevolking genoot van diverse biersoorten, en het brouwen werd niet alleen gezien als een ambacht, maar ook als een sociale aangelegenheid. De bierbrouwers bleven een belangrijke beroepsgroep. Het stapelrecht was in deze periode nog steeds van kracht en de concurrentie van andere dranken was minimaal. 

De kentering kwam op het moment dat het stapelrecht werd opgeheven in 1815 en andere dranken op de markt kwamen, denk aan koffie, thee en cacao. Daarnaast werd er ook een grotere belastingdruk op de brouwers uitgeoefend. Dit betekende meer concurrentie onder de brouwers, met als gevolg dat er velen niet in staat waren om het hoofd boven water te houden.

In de 19e eeuw onderging de bierindustrie in Groningen veranderingen door industrialisatie en technologische vooruitgang. Grote brouwerijen namen het voortouw, maar toch behielden enkele ambachtelijke brouwerijen hun onafhankelijkheid en karakter. De nieuwe brouwmethoden, als gevolg van technische verbeteringen, zorgden voor een nieuw elan onder de bierbrouwers. Dit was bijvoorbeeld het moment waarop Hindrik Boelmans Kranenburg (1837-1919) zijn geluk ging beproeven als bierbrouwer.

De bierbrouwerij van Boelmans Kranenburg was gevestigd aan de Pottebbakkersrijge 8. Omdat er sterke concurrentie heerste onder de brouwers moesten ze een verbeterd product leveren om klanten aan zich te binden. Daarom liet Boelmans Kranenburg in 1880 aan de Westerhavenstraat een ijspakhuis bouwen om te zorgen dat zijn bier van goede kwaliteit bleef. Dit ijspakhuis werd vlak bij zijn brouwerij gebouwd en was voorzien van geïsoleerde buitenmuren met een dikte van een kleine anderhalve meter.

De productie van verbeterd bier kon niet voorkomen dat in de tweede helft van de negentiende eeuw veel brouwers failliet gingen. De grootste oorzaak was dat veel brouwers niet in staat waren om de nodige investeringen te doen in nieuwe technologie en koelsystemen. De bierbrouwerij van Boelmans Kranenburg bleek aan het eind van de negentiende eeuw ook niet meer op eigen benen te kunnen staan en werd in 1891 overgenomen door de ‘Zuid-Hollandse brouwerij’ uit Den Haag. In 1915 verdween de brouwerij uit de stad.

Als je kijkt naar het feit dat de bierbrouwerij van Boelmans Kranenburg ook voorzien was van een ijspakhuis, kun je er vanuit gaan dat de bierproductie aanzienlijk was. Neem je daarnaast zijn welstand in ogenschouw, kun je stellen dat de bierbrouwerij voor voldoende inkomsten zorgde in goede tijden.  

In de moderne tijd heeft Groningen een levendige ambachtelijke bierscène met microbrouwerijen en biercafés die lokale bieren aanbieden. Het brouwen van bier blijft een belangrijk onderdeel van de culturele identiteit van Groningen, waarbij traditie en vernieuwing hand in hand gaan.

*** Het ambachtsgilde bestond alleen uit mannen. Vrouwen waren het die sinds mensenheugenis betrokken waren bij het bierbrouwen in huiselijke kring en zo de vochthuishouding van de gezinsleden op orde hielden. Zodra het bierbrouwen vercommercialiseerde verdwenen brouwvrouwen naar de achtergrond.

Verder lezen, luisteren en kijken

  • Kars, Bierbrouwen in Groningen,  In Groningen toen, ed. Bart Tammeling, 1980.
  • Hofman, De Westerhaven, van kering tot nering, 2001.